header foto
Algemeen

Ter Herinnering aan Theo Houwen

Nieuws afbeelding 26-6-2017

In de late ochtend van 7 juni kreeg de Venlose Hockey Club het droevige bericht dat de dag tevoren onze goede hockeyvriend Theo Houwen was overleden. Een vaste kracht van VHC uit vooral de roemruchte jaren vijftig, de tijd van de "golden wonderboys”, was niet meer.

 

Theo stamde uit een echt hockeygezin. In 1936 verhuisde de familie Houwen van Eindhoven naar Venlo en ging aan de Hogekampweg wonen. In de oorlogsjaren kwam hij voor het eerst in contact met de hockeysport. Omdat de gymnastiekzaal van het St.-Thomascollege in beslag was genomen door de Duitsers, werden alle daar opgeslagen sportattributen, waaronder ook hockeysticks, opgestapeld in de garage van de familie Houwen. Van die "opslag” profiteerden niet alleen Theo en zijn broers maar ook de hele straat. Toen is de grondslag gelegd van HKW (Straathockeyclub Hoge Kamp Weg). Tot in de jaren 60 hockeyden bijna alle families in die buurt tot laat in de avond. Die families werden vooral in de jaren 50 en 60 topleveranciers van de VHC. Naast de familie Houwen (Theo, Bertus, Arie, Jan en Joep), waren dat de families Brauckmann (Paul), Staring (Boy en Hay), Van Erp (Hans), Van Noordwijk (Lo), Toebosch (Coen en Ton), Simons (Pieter), Hendrickx (Peter) en Verheijde (Henk).

 

Theo’s veldhockeycarrière begon vlak na de oorlog op de Sahara. Dat was de naam van een zanderig oefenveldje naast het College van de paters Augustijnen aan de Hogeweg. Daar en op het grote sportveld ernaast werd o.l.v. gymleraar Leon Frissen de straathockeyer geschoold tot een teamspeler, tot een solide, moeilijk te passeren back. In die tijd had schoolhockey een redelijk hoog peil. Veel colleges hadden in die tijd hockey- en voetbalteams van formaat. G.K.H. (Gnoothi Kairon Hockey) was de moeilijke naam van de hockeyclub van het St.-Thomascollege. En via G.K.H. hebben vele scholieren de weg naar de VHC gevonden: behalve Theo en Bertus Houwen, o.a. ook Jac Collin, Hans van Gasselt, Joop Bartels, Chrit Hovens, Sjang Schreurs, Pierre Houben, Wen Drost, Walther Hermans, Leopold Hogenhuis, Evert Thielen, Geert Berden,Henk Brandsma, Boy Coehorst en Boy Staring. De rector van het St.-Thomascollege, pater Vogels, had destijds zijn leerlingen verboden lid te worden van VHC. Dat was immers geen katholieke club. In 1953, nauwelijks het college verlaten hebbende, schreef Theo zich in als student aan de HTS én als lid van VHC.

 

Theo werd met VHC 5 keer kampioen van het Zuiden en in 1955 landskampioen. In dat team speelde overigens ook zijn broer Bertus.

De kroon op zijn hockeyloopbaan kreeg hij in 1959 toen hij werd gekozen in het Nederlands Elftal. Zijn "finest days” beleefde hij, toen hij (en Teddo Gerrits) in 1959 het grote Internationale Hockey Toernooi in München mocht meemaken. Hij vertelde daarover: "Op een avond mochten wij onder leiding van de coach de stad in naar het Münchener Brauhaus. Wij mochten allemaal één literse pul bier drinken, maar die uit het Zuiden (wij dus) twéé. Ja zo ging dat in die tijd.” 

 

In het begin van de jaren 60 stopte hij met tophockey. Maar hij bleef actief hockeyen tot zijn 80ste . Hij ging bij de veteranen spelen; vanzelfsprekend als back en aanvoerder. En toen Veteranen L te weinig spelers had, zorgde Theo er mede voor dat er qua veteranenhockey een "fusie” tot stand kwam met het Veteranen L- team van de Tegelse Hockey Club, dat met hetzelfde manco kampte. Daarover geen reglementair gezeur. Weer of geen weer. Gehockeyd zou er worden; daar zorgde Theo wel voor.

 

Hij maakte ook deel uit van het G.K.H.- team, dat in 1953 de Interscholaire in Haarlem won en sindsdien onder de naam "Harlem Boys” een hechte vriendenclub bleef.

 

Hij heeft zowel sportief als organisatorisch veel voor VHC betekend. Niet alleen voor de topteams, maar ook voor de jeugdafdeling en de veteranen.

Jarenlang was hij lid van de elftalcommissie, die de ondankbare taak had de elftallen samen te stellen.

In 1959 werd hij lid van De Batavieren, een selecte club van oud-internationals. Onvergetelijk voor Theo waren de grote tournees met De Batavieren naar de U.S.A. en Maleisië.

 

En in 1996 werd hij samen met zijn broer Arie lid van De Zestigplussers, een landelijke veteranenclub die in onderling verband competitie spelen en uitvoerige reünies organiseren. De reünie in Venlo in 2014 werd een traditie door de combinatie van hockey, partnerprogramma’s en aspergediners. Op een foto (pag.68) in de 60+ -Almanak van 2014 staat een glunderende Theo bij het clubhuis van VHC zijn gasten op te wachten.

 

Hij verrichtte voor de club allerlei hand- en spandiensten en "clubklusjes”. Ook was hij een trouwe bezoeker van de veteranensociëteit "De Blauwe Maandag” (1994-2013). Want hij was ook een gezelschapsman, die in de derde helft of in de kroeg op zijn rustige manier geweldig kon genieten van hockey- en andere jachtverhalen.

 

Theo Houwen werd voor al zijn inzet gedecoreerd tot Lid van Verdiensten (met meervouds-n) van de Venlose Hockey Club.

 

Hij heeft in zijn meer persoonlijke leven heel veel leed en verlies moeten incasseren. Hij krabbelde telkens weer overeind, maar de klap op 6 juni jl. was er een teveel.

 

Theo blijft in onze herinnering als een goede vriend, als een hartelijk, sportief en moedig man.

 

 

De Venlose Hockey Club en de oud-spelers van G.K.H.,

v.d.

Walther Hermans